Een gezinskennismaking met beeldmateriaal
Samenvatting
Systeemtherapeuten weten hoe belangrijk het is om in te voegen en aan te sluiten bij alle gezinsleden om tot een goede samenwerkingsrelatie te komen. Peter Rober zegt daarover in zijn boek Gezinstherapeut zijn (2023, p. 40): ‘Het uitbouwen van een vertrouwensrelatie met elk van de gezinsleden verloopt parallel en gelijktijdig met het opbouwen van de werkrelatie, en het loopt ook via luisteren, empathie voor het lijden en erkenning van inzet.’
Het is mijn ervaring dat wanneer het niet goed lukt in te voegen bij een eerste kennismaking, het hard werken wordt om een gezin alsnog gemotiveerd te krijgen voor systeemtherapie. Op de kinderpsychiatrische polikliniek waar ik werk, wordt vanuit het systeemgerichte beleid dat de organisatie hanteert, altijd het belang gezien van het betrekken van het gezin bij de behandeling van een kind of jongere. Cruciaal daarbij is dan hoe de gezinsleden van de aangemelde cliënt gemotiveerd kunnen worden en hoe het hun duidelijk gemaakt kan worden hoe belangrijk hun rol is bij de behandeling.
In mijn rol als leertherapeut vraag ik aan collega’s in opleiding om één sessie met het hele gezin te komen. Deze afspraak komt vaak met moeite tot stand. Daarbij blijkt dan mee te spelen dat het niet makkelijk is om te vragen of de gezinsleden tijd vrij willen maken voor de degene die in leertherapie is. De gezinsleden vinden het soms spannend om in een therapieachtige situatie te komen. En de collega vindt het zelf ook vaak spannend om de leertherapeut live een inkijkje in het gezin te geven. Door deze ervaring vanuit de leertherapie ben ik met meer mildheid gaan kijken naar hoe ingewikkeld en kwetsbaar het kan zijn om je met je gezin bloot te stellen aan de blik en het mogelijke oordeel van een systeemtherapeut. Om deze reden is het van belang ons goed bewust te zijn van de taal die wij hanteren wanneer wij gezinnen uitnodigen.
Wanneer er bij een intake wordt gesproken over het belang van een gezinsdiagnostisch onderzoek, worden er door ouders vaak veel argumenten genoemd waarom zij denken dat dit niet nodig of haalbaar is in hun geval. De term gezinsdiagnostisch onderzoek veronderstelt dat het gezin(sfunctioneren) gediagnosticeerd gaat worden. Dit kan gevoelens van angst en onzekerheid bij het cliëntsysteem oproepen. Ook zou de term gezinsdiagnostisch onderzoek de onjuiste indruk kunnen wekken dat je in een of enkele afspraken een compleet beeld hebt kunnen krijgen van een doorgaans complexe gezinssituatie. Om die reden spreek ik tegenwoordig niet meer over een gezinsdiagnostisch onderzoek, maar over een kennismaking met het gezin. Daarbij geef ik een korte uitleg over hoe belangrijk de gezinsleden zijn voor het aangemelde kind en vertel ik iets over hoe die kennismaking eruit gaat zien. Dan blijkt zo’n afspraak vaak makkelijker te regelen.
Een ontdekkingstocht met materialen
Door de tijd heen heb ik veel verschillende opdrachten en creatieve invalshoeken gebruikt om makkelijker aan te sluiten bij een gezin. Omdat ik na het afronden van de systeemtherapieopleiding op een kinderpsychiatrische poliklinische afdeling voor nul tot zesjarigen werkte, ben ik bedreven geraakt in het gebruiken van non-verbale en ervaringsgerichte technieken. Er bleek destijds weinig literatuur te vinden over systeemtherapie met jonge kinderen. Ik raakte geïnspireerd door het boek Waar woorden tekortschieten (Klijn & Scheller-Dikkers, 2006). In dit boek wordt beschreven hoe therapeuten een dialoog met cliënten op gang kunnen brengen met behulp van beeldende middelen wanneer verbale therapievormen onvoldoende toegang bieden. Een voorbeeld uit dit boek is de eilandtekening. Deze opdracht, waarvan ik merk dat deze door verschillende systeemtherapeuten nog steeds wordt gebruikt, wordt in het boek als volgt omschreven: ‘Op dit grote vel papier is de omtrek getekend van een eiland. Alleen deze omtrek is een vaststaand gegeven. Verder mogen jullie het geheel scheppen naar jullie eigen inzicht en wens. We stellen ons voor dat jullie de macht hebben er alles op en omheen aanwezig te laten zijn wat je maar wilt’ (Klijn & Scheller-Dikkers, 2006, pp. 151-152).
In mijn werk met gezinnen met jonge kinderen bleken veel van deze opdrachten echter te ingewikkeld. In mijn ontdekkingstocht met materialen kwam ik tot ideeën die mij en de gezinsleden meer zicht gaven op de gezinsinteracties. Zo herinner ik me nog goed dat ik voor de eerste keer met Playmobilpoppetjes durfde te gaan spelen met het gezin van een vierjarig jongetje die zeer ernstige driftbuien had. Hij speelde levensecht na hoe een ruzie aan tafel ontstond en hoe zijn vader daarbij geheel ontregelde, de ouders samen ruzie kregen en de oudere zus naar haar kamer verdween. Dat leverde veel nieuwe informatie op die besproken mocht worden. Maar ook relatief eenvoudige opdrachten, zoals het met elkaar bouwen van een zo groot mogelijke houten treinbaan, gaf veel informatie over de gezinsinteracties.
De afgelopen jaren ben ik veel gaan werken met de materialenkoffer van Een taal erbij, nadat ik geïnspireerd raakte door Van Doorniks handboek Een taal erbij (Van Doornik, 2022). Van Doornik omschrijft haar manier van werken als volgt: ‘De methodiek is ontwikkeld om de interactie tussen mensen en hun onderlinge dynamiek te visualiseren. Vanuit een systemisch perspectief worden door middel van Duplopoppetjes en ander materiaal de interne en externe werkelijkheid en het probleem van de cliënt verbeeld. De cliënt krijgt hierdoor meer overzicht en nieuwe inzichten, en kan gemakkelijker richting geven aan veranderingsprocessen.’
Inmiddels heb ik een eigen manier van kennismaken gevonden die ik bij vrijwel alle gezinnen kan gebruiken. Ik merk dat deze manier gewaardeerd wordt en drempelverlagend werkt om vervolgens over te gaan tot systeemtherapie. Naast de inspiratiebronnen Waar woorden tekortschieten en Een taal erbij vormen ook de boeken van Peter Rober een leidraad voor mij. Het zo belangrijke bespreken van de zorgen van de gezinsleden, komt bij hem al naar voren in de manier waarop hij zich voorstelt: ‘Een gezinstherapeut is iemand die praat met gezinnen wanneer iemand in het gezin zich zorgen maakt over iets’ (Rober, 2012, p. 30). Het bespreken van de zorgen over elkaar krijgt dan ook een belangrijke rol in mijn gezinskennismaking.
Gezinskennismaking in de praktijk
Ik haal de gezinsleden op uit de wachtkamer. Vaak zijn de kinderen gespannen en werkt dit door op de ouders. Ik vraag de gezinsleden om plaats te nemen aan de grote ovale tafel. Ik stel mezelf voor, waarbij ik uitleg waarom het zo fijn is dat alle gezinsleden zijn meegekomen. Geïnspireerd door Peter Rober leg ik uit dat een gezinstherapeut iemand is die met gezinnen praat wanneer iemand in het gezin zich zorgen maakt over iets. Vaak geef ik dan het voorbeeld van een houten mobiel waaraan figuurtjes hangen, en dat wanneer je aan een van de figuurtjes trekt, de andere ook in beweging komen. En dat het fijn is dat wanneer anderen zich zorgen maken over een van de gezinsleden, deze zich gesteund voelt door de aanwezigheid en het meedenken van de andere gezinsleden.
Ik vraag of elk gezinslid een ander gezinslid voor wil stellen. Meestal is de grootste spanning al wat gezakt wanneer iedereen gesproken heeft. Daarna vraag ik de gezinsleden of het goed is als we iets gaan doen in plaats van alleen maar praten, en dan leg ik uit dat ik graag met opdrachtjes en materiaal werk. Dan vraag ik hun of ze met elkaar een plattegrond van hun huis willen tekenen. Afhankelijk van de mogelijkheden van het gezin vraag ik hun de woonkamer, de benedenverdieping of alle woonlagen van het huis te tekenen. Ik benoem nadrukkelijk dat het een moeilijke opdracht is en het geen kloppend beeld hoeft te zijn, maar een globale indruk.
Daan (veertien jaar), oudste zoon uit een gezin waarvan alle gezinsleden hoogbegaafd zijn: ‘Mogen we alle verdiepingen van ons huis tekenen? En moet het twee- of driedimensionaal?’
Daarna zoek ik poppetjes die enigszins lijken op de gezinsleden: Duplopoppetjes voor de volwassenen, Playmobilpoppetjes (lange slungels) voor de oudere kinderen en kleine Duplopoppetjes voor de jongere kinderen. Als het ijs nog niet gebroken is laat ik hen soms zelf poppetjes uitkiezen, wat vaak tot hilariteit en ontspanning leidt.
Hilde (twaalf jaar) kiest voor haar vader een Duplopoppetje met stoppels en een petje dat achterstevoren staat. ‘Zo stoer zie je er niet uit, maar ik denk dat je dat wel zou willen.’ Vader zegt lachend tegen moeder: ‘Hilde ziet tenminste de stoere man in mij.’
Dan vraag ik hun om hun poppetje op hun lievelingsplek in het huis te zetten. Vanaf dat moment praten we via de poppetjes, waarbij ik het bijzonder blijf vinden dat dit meteen normaal gevonden wordt. De poppetjes worden soms liefdevol aangeraakt, maar het kan ook voorkomen dat de poppetjes ruzie krijgen, bijvoorbeeld omdat ze op dezelfde plaats op de bank voor de tv willen zitten. Daarna vraag ik aan elk poppetje over wie deze zich zorgen maakt in het gezin. Nadat een poppetje wordt aangewezen laat ik een stapeltje gekleurde viltjes zien en vraag ik welke kleur bij deze zorg hoort en vraag ik dit viltje onder het aangewezen poppetje te leggen.
Tommie (elf jaar) wil een groen viltje onder vader leggen maar aarzelt. Na een lange stilte zegt hij: ‘Ik weet niet of ik dit mag zeggen …’ Vader zegt dat hij alles mag zeggen omdat ze hulp nodig hebben. Tommie vertelt huilend dat hij zich zorgen over papa maakt sinds deze na veel alcoholgebruik flauwgevallen was. Vader zegt: ‘Je hebt gelijk dat je je daar zorgen over maakt. Dat mag ook nooit meer gebeuren.’ Zusje Fien vraagt waarom hij groen heeft gekozen. Tommie zegt: ‘De kleur van de bierflesjes.’ Als papa zegt: ‘Maar ik zie nu ook wel een beetje groen van schaamte’, lachen ze daar allemaal om.
Nadat iedereen de beurt heeft gehad, kijken we naar de verdeling van de viltjes en hoe het wordt ervaren om geen, een of meerdere zorgenviltjes te hebben gekregen.
Simone (acht jaar) zegt: ‘Ik vind het stom dat ik de enige ben over wie niemand zich zorgen maakt’, waarna vader zich hardop afvraagt of zij misschien te weinig aandacht krijgt nu er zoveel zorgen over haar oudere zus zijn.
Drie zwarte traumaschildjes van verschillende grootte worden geïntroduceerd met de vraag welke moeilijke zaken ze als gezin hebben meegemaakt. Ik laat hen kiezen welke grootte van het schildje daarbij past en waar het in huis geplaatst moet worden.
Moeder kiest een middelgroot schildje, dat staat voor de eetproblematiek van Ciska (zestien jaar). ‘Het schildje is gelukkig al wat kleiner geworden en staat niet meer midden in het huis. Ik zet het bij de voordeur omdat we hopen dat het over een poosje de deur uit kan.’
Bij drie rode schildjes leg ik uit dat deze voor de spanningen of ruzies in gezinnen staan en ik vraag hun waar deze staan en hoe groot ze zijn.
Nadat moeder een groot schild tussen Puk (vijftien jaar) en Noah (dertien jaar) heeft geplaatst, plaatst Puk een kleiner schild tussen de ouders. ‘Omdat ik jullie vaak hoor ruziemaken als jullie denken dat wij slapen.’
Daarna laat ik een doosje rondgaan waarin diamantjes en glimmende hartjes zitten en laat ik hen een schatkistje in het huis plaatsen waarin ze alle gezinsschatten verzamelen: de mooie dingen die ze hebben meegemaakt en de dingen die goed gaan en waarmee ze blij zijn.
Fatima (zes jaar), die net moest huilen toen het over de zorgen van haar zusje ging, veert op nu ze mag praten over de gezinsschatten. Ze kijkt in het doosje met glimmende steentjes en zegt: ‘Heb je nog meer steentjes? Dit zijn er écht niet genoeg.’ Vervolgens doen ze met elkaar hun best om te laten zien dat er een schattentekort is voor hun gezin.
Ik geef hun vervolgens een wensdoosje waarin ze glimmende klavertjes vier kunnen verzamelen voor de wensen die ze nog hebben voor het gezin. De gezinsleden komen dan met elkaar meestal tot mooie verbeterwensen.
Milan (zeven jaar), nadat het gezin een paar mooie verbeterwensen in het schatkistje heeft gedaan: ‘Misschien kan ik wél een hondje krijgen als dat een therapiewens is?’
Daarna kijk ik terug met de gezinsleden op hoe ze het gevonden hebben om op deze manier met elkaar bezig te zijn. Ik blijf het opvallend vinden dat, ook al zijn er vaak zware onderwerpen aan de orde gekomen, deze de sfeer niet zwaar hebben gemaakt en dat de gezinsleden over het algemeen enthousiast reageren op deze manier van werken. Vaak zijn ze verbaasd over wat er al naar voren is gekomen. Ik leg dan uit dat wanneer ze aan de verbeterwensen willen werken, we daar ook regelmatig opdrachten bij zullen gebruiken en vraag hun wat ze daarvan vinden. Omdat de kinderen hier meestal enthousiast op reageren zie ik dat dit ook een positief effect op de ouders heeft. Vrijwel altijd lukt het dan meteen om vervolgafspraken te maken.
Moeder zegt verbaasd te zijn over wat haar dochter Dorine (tien jaar) door middel van de poppetjes naar voren heeft kunnen brengen. ‘Ze is thuis zo stil en we snappen vaak echt niet wat er door haar hoofd spookt. Ik ben nu al blij dat ik haar iets beter kan begrijpen en daarom wil ik hier graag mee verdergaan.’ ‘Ik ook’, zegt Dorine zacht.
Van gezinskennismaking naar gezinstherapie
Door de manier van kennismaken weten de gezinsleden dat wanneer we starten met systeemtherapie, er niet alleen gesproken wordt maar er ook gebruikgemaakt wordt van beeldend materiaal. Wanneer ik bijvoorbeeld met ouders kijk naar intergenerationele patronen, maak ik niet alleen gebruik van een genogram, maar zetten we de ouders met hun rugzakjes en de gezinsleden uit hun gezin van herkomst op tafel neer, zonder dat dit vreemd wordt gevonden. Kinderen en jongeren kijken vaak bij binnenkomst in mijn kamer meteen nieuwsgierig in het rond of ze iets zien klaarstaan waarmee we aan de slag zullen gaan. Inmiddels heb ik een ruim arsenaal aan systemische opdrachten die het makkelijker maken om stil te staan bij elkaars emoties, te mentaliseren, ingewikkelde zaken te bespreken en de gezinsband en samenwerking te versterken.
Concluderend stel ik vast dat een gezinskennismaking waarin op een speelse in plaats van een vooral verbale manier wordt aangesloten bij de gezinsleden, een prettige start is voor een gezin om kennis te maken met systeemtherapie. Door de materialen die gebruikt worden, kan er veel van het gezin naar voren komen zonder dat dit heel zwaar aanvoelt. Gezinsleden zijn nieuwsgierig naar elkaar en benieuwd naar wat eenieder over elkaar te zeggen heeft of laat zien. Tot nu toe heb ik deze manier van kennismaken bij zeer verschillende gezinnen in kunnen zetten, ongeacht problematiek, gezinsfase, gezinssamenstelling, culturele of intellectuele achtergrond. En ook belangrijk, het is voor mijzelf een heel leuke manier van werken. Vaak maken gezinnen een foto van het gezinsplaatje, waar we later binnen de systeemtherapie op terug kunnen komen.
Met het beschrijven van hoe de kennismaking er bij mij in de praktijk uitziet, hoop ik andere systeemtherapeuten te inspireren om ook weer hún eigen draai te geven aan het gebruikmaken van beeldmateriaal om de drempel tot systeemtherapie te verlagen.
Referenties
- Doornik, A. van (2022). Een taal erbij. Acco Uitgeverij.
- Klijn, W.J.L., & Scheller-Dikkers, S. (2006). Waar woorden tekortschieten – Praktijk en theorie van beeldende systeemtherapie. Acco Uitgeverij.
- Rober, P. (2012). Gezinstherapie in praktijk – Over ontmoeting, proces en context. Acco Uitgeverij.
- Rober P. (2023). Gezinstherapeut zijn. Pelckmans Uitgevers.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0924-3631
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden



