Transculturele geestelijke gezondheidszorg
Samenvatting
Congres Universitair Psychiatrisch Centrum, Katholieke Universiteit Leuven
[Kortenberg, 28 maart 2025]
Vrijdag 28 maart was het zover: ik woonde het congres bij over transculturele geestelijke gezondheidszorg van de Katholieke Universiteit Leuven. Een thema waar ik sinds het volgen van een mooie specialisatiemodule ‘Transculturele systeemtherapie’, meer mee bekend ben geraakt. Onderweg naar het congres maakte ik al kennis met het thema je ontheemd voelen, wegens verwarring over de locatie van het congres. Met een haperende navigatie kwam ik uiteindelijk te laat op mijn bestemming. Helaas miste ik hierdoor de verwelkoming en de inleiding door Lucia De Haene, hoogleraar en psychotherapeut aan de KU Leuven, en de lezing van landgenoot Trudy Mooren, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan ARQ Centrum’45. Tijdens de lunch ontmoette ik echter een aardige Vlaamse collega, die me een kopie van haar notities gaf.
Mooren vertelde tijdens haar lezing over het werken met groepen van gevluchte gezinnen en deelde haar ervaringen met de praktijk en kennis vanuit wetenschappelijk onderzoek. De methodiek van Multi Family Therapy (MFT) werd toegelicht. Ze benadrukte de kracht van het werken met gezinsgroepen en hoe de groep vaak als sociale steun wordt ervaren. Doelen van MFT zijn verder: het verbeteren van de ouder-kindrelatie, het versterken van positief ouderschap, het leren omgaan met stressvolle ervaringen vanuit het verleden en de complexe gevoelens die ontheemding met zich meebrengt. De positie van de behandelaar kwam ook aan bod. De rol van de groepstherapeut is vooral begeleidend vanuit de passagiersstoel, zodat er voldoende ruimte is voor deelnemers om ervaringen te delen en met elkaar mee te denken.
De tweede lezing kwam van Patrick Meurs, hoogleraar aan de KU Leuven en verbonden aan de Odisee Hogeschool, Uni Kassel en het Sigmund Freud Instituut Frankfurt. Hij nam de stelling in dat er door meer diversiteit in de samenleving meer en betere transculturele zorg nodig is. Meurs vertelde over de twee kernaspecten van de transculturele gezondheidszorg: oorspronkelijke gehechtheid en integratiegehechtheid. Therapieën gericht op mensen met een westerse achtergrond sluiten onvoldoende of niet aan bij de problematiek van mensen met een migratieachtergrond. De therapie dient zich te richten op de wortels, waarbij er aandacht is voor waarden en normen uit de oorspronkelijke setting. Meurs refereerde aan zijn artikel ‘Etnopsychiatrische perspectieven op migratie en vlucht’ (Meurs, 2020). Hij verwees ook naar Marie Rose Moro, een belangrijke auteur over dit onderwerp, die stelt dat bij migratie de betekenis van de cultuur onder druk komt te staan (Moro, 1994). Meurs vulde aan dat er vragen ontstaan in de omgeving, maar dat dit net zo goed gebeurt bij de persoon zelf: Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Met een mooi voorbeeld uit zijn eigen praktijk lichtte hij dit toe. Opnieuw besef ik hoe ongelooflijk complex migratie is en hoe je je als (systeem)therapeut hiervan bewust moet zijn. Cultuur geeft betekenis aan gezinsinteracties. Het is belangrijk om respect te hebben voor deze functie. Mooi hoe Meurs tevens de nadruk legde op het belang van dans, kunst en muziek, en hoe deze vormen enorm krachtig kunnen zijn tegen de onmenselijke ervaringen die gevluchte cliënten hebben opgedaan.
Mayssa’ El Husseini, hoofddocent aan de Université de Picardie Jules Verne, en als klinisch psycholoog en psychoanalyticus verbonden aan Maison de Solenn, Hôpital Cochin en Médecins Sans Frontières, legde in haar lezing nadruk op het belang van een goede hulpverleningsrelatie. Wat me raakte was haar persoonlijke ervaring in Haïti, waar ze als wetenschappelijk getrainde hulpverlener met hulp van haar moeder ontdekte dat zij toch ook bepaalde gewoonten heeft die voortkomen uit religie. Pas toen ze de vragen van haar cliënten beantwoordde over haar eigen geloof en mystieke rituelen, ontstond er binnen de therapie ruimte om gebruik te maken van bovennatuurlijke tradities. Dat zorgde bij haar voor een keerpunt. ‘Interventions should build on local wisdom, cultural intunement and acknowledgement’, zo benadrukte Husseini.
Vervolgens werden twee korte films afgespeeld. In de eerste film werd getoond hoe een meisje haar trauma omzet in iets positiefs door zwemjuf te worden. Ze was als kind in een bootje gevlucht en tijdens de overtocht doodsbang geweest dat zij en haar familie zouden verdrinken. In de film zie je hoe ze haar broertje en andere kinderen helpt om de angst voor water te overwinnen, waarbij ze zelf aan de kijkers vertelt over haar ervaringen tijdens de overtocht. In de tweede film komen twee oorlogsvluchtelingen aan het woord, beiden met een verschrikkelijk verhaal. Deze twee studenten waren bij het congres aanwezig, en in de korte interactie met de aanwezige hoogleraren kwam aan bod hoe weinig oog er voor hen is binnen onze samenleving. Er werd gesproken over het gevaarlijke fenomeen silencing en over de neiging om ernstige zaken weg te wuiven en te zeggen: dat hoort bij die cultuur. Voor ons is dat vaak een copingstrategie, om de ernst van de situatie niet te hoeven zien en de pijn niet te hoeven voelen.
Na de pauze werden er verschillende workshops gegeven. Ik koos voor ‘Helen in psychotherapie en spiritualiteit’, van Sami Jeghamen, psychiater en medisch directeur DGGZ Antonin Artoud. Ik was geïnteresseerd in het integreren van spiritualiteit binnen behandelingen in de ggz. In de interactie tussen Jeghamen en een aantal van de deelnemers ontstonden verschillende vragen. Wat is spiritualiteit eigenlijk? Wat betekent het voor jou? Kun je je als therapeut openstellen voor zaken waar je persoonlijk niet mee bekend bent of waar je je mogelijk ongemakkelijk bij voelt? Kun je en wil je dat gebruiken in je therapie? Waarom wel of niet?
De tweede workshop waar ik aan deelnam, was ‘Ver heen’, door Erik Thys, als psychiater verbonden aan het UPC KU Leuven & PSC St.-Alexius Elsene, en onderzoeker bij LUCA School of Arts. Hij gebruikte Brussel als voorbeeld van een hyperdiverse stad, om verschillende termen uit te leggen en spanningsvelden te bespreken. Onder andere racisme, discriminatie, stigma’s en de rol van media werden toegelicht. Soms illustreerde hij termen aan de hand van casussen, waarbij bijvoorbeeld naar voren kwam hoe reëel angsten van getraumatiseerde vluchtelingen kunnen zijn en hoe migratie en psychische kwetsbaarheid elkaar soms overlappen. Ik merkte bij mezelf schaamte op. Schaamte voor hoe we als westerlingen omgaan met mensen met een migratieachtergrond en mogelijke trauma’s. Hoe weinig begrip er soms is. Hoe we door uitsluiting de problemen van deze mensen groter maken. Wat me het meest bijblijft is Thys’ uitleg over het belang van waardigheid binnen een maatschappij. Geloof, kunst en sport kunnen een krachtige positieve werking hebben bij mensen met psychische gevoeligheden. Het geeft hun waarde, ze tellen weer mee.
Onderweg overpeinsde ik alle input van de dag. Het was veel en het was indrukwekkend. Mooi om te horen hoe het betrekken van het systeem, kijken naar de context, inherent lijkt te zijn aan transculturele gezondheidszorg, zonder dat dat specifiek benoemd werd. Het onderwerp transculturele geestelijke gezondheidszorg blijft mij boeien. Tegelijkertijd vind ik het pijnlijk dat er nog zoveel werk ligt om deze zorg te verbeteren, of überhaupt te bieden. Wat zien we nu allemaal niet binnen onze eigen werkplek en hoe zou ik daar zelf als systeemtherapeut verandering in kunnen en willen brengen? Iets om nog verder over na te denken.
Referenties
- Meurs, P. (2020). Etnopsychiatrische perspectieven op migratie en vlucht. Tijdschrift voor Psychoanalyse en haar Toepassingen, 26(3), 181-193.
- Moro, M.R. (1994). Parents en exil: Psychopathologie et migrations. Presses Universitaires de France.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0924-3631
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden



