Integratie
Samenvatting
Als je eindelijk kunt zien hoe de boom vertakt, dan is het winter.
Arends (1974)
Met enig ongemak begin ik aan dit voorwoord, ter afsluiting van mijn tijd als redactielid. Zeven jaar lang droeg ik bij aan de inhoud van dit tijdschrift: door artikelen van feedback te voorzien, mee te denken over de missie van ons werk als systeemtherapeut en samen te werken met inspirerende collega’s. Het ongemak zit niet in het afscheid, al ben ik daar niet goed in, maar in wat ik als vertegenwoordiger van de rubriek Wetenschap & Praktijk heb bereikt.
In het ‘Voorwoord’ van 2021 (Röder & Van der Spek, 2021) pleitten wij voor een vernieuwde rubriek die de systemische praktijk en wetenschappelijk onderzoek dichter bij elkaar zou brengen. Of zoals Gerrit Komrij het zo beeldend beschreef: voor het versterken van de relatie tussen de verhalenverteller en de wiskundige (Van Deel, 2004). Vijf jaar later tel ik hoeveel artikelen er in deze rubriek zijn verschenen: drie (Baetens et al., 2022; Gerritsen, 2024; Visser & van Damme, 2021). Dat is, op zijn zachtst gezegd, bescheiden.
Toch vertelt dat getal niet het hele verhaal.
Terugkijkend valt me op dat er in de afgelopen jaren wel degelijk meer artikelen zijn verschenen die gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek. Regelmatig werd binnen de redactie de vraag gesteld hoe we kijken vanuit wetenschappelijk oogpunt. Ook verschenen er bijdragen die expliciet de brug sloegen tussen onderzoek en praktijk. Dat deze artikelen niet terechtkwamen in de rubriek Wetenschap & Praktijk had vaak een praktische reden: om de opzet, uitvoering en implicaties van het wetenschappelijk onderzoek recht te doen heb je nu eenmaal meer woorden nodig (Heesen et al., 2025; Lamers & Möller, 2023; Lange et al., 2022).
Ik denk ook verheugd terug aan het artikel van Laura Sels en Pauline Verhelst (Sels & Verhelst, 2025) waarin zij tot de conclusie komen dat er hard gewerkt wordt aan de relatie tussen praktijk en onderzoek. Zij geven een mooi overzicht van verschillende onderzoeken die nauw aansluiten bij de systemische praktijk, met de Nederlands-Belgische REPAIR-studie als mooi voorbeeld (Schulte-Frankenfeld et al., 2024).
Daarnaast realiseer ik me dat veel artikelen, ook wanneer ze niet direct op onderzoek zijn gebaseerd, wel degelijk wetenschappelijk verantwoord zijn. Hiermee bedoel ik dat de opzet van de redenering systematisch is, de woordkeuze nauwkeurig, de argumentatie onderbouwd vanuit de literatuur, en de implicaties voor de systemische praktijk zijn geformuleerd met inachtneming van verschillen tussen mensen, situaties en culturen. Immers, het gaat hier om het bevragen van aannames en perspectieven, wat – net zoals onderzoeksvragen in wetenschappelijk onderzoek – het vertrekpunt is om vooronderstellingen te toetsen. Het doel is voor beide dat een redenering logisch geordend en controleerbaar moet zijn. Deze insteek maakt dat de feedback van onze redacteuren aan de auteurs bestaat uit nauwkeurig geformuleerde vragen en dat er vaak een intensief proces volgt van herschrijven en verfijnen.
Waar ik aanvankelijk pleitbezorger was van ‘mijn’ rubriek, merkte ik gaandeweg dat de onderliggende missie zich breder had verspreid door het tijdschrift. Dat roept de vraag op: hebben we de rubriek Wetenschap & Praktijk nog nodig, of houdt zij onbedoeld juist een scheiding in stand? Het is niet meer aan mij om daarover te beslissen, maar ik geef de gedachte graag mee.
En zo kom ik tot de conclusie: als je alleen naar de feiten kijkt (drie artikelen), dan houdt het op. Maar zodra je kijkt naar het verhaal erachter, dan komt er ruimte, beweging, begrip, en gaat het verhaal verder. Is dit niet de boodschap die we in elk relatie- en gezinsgesprek meegeven: als je alleen maar het gedrag ziet (mijn kind luistert niet, mijn partner klaagt altijd) dan blijf je in de strijd en kom je steeds meer tegenover elkaar te staan, met gevaar voor verlies van verbinding. En dat is onze missie als systeemtherapeuten: de mensen in onze spreekkamer die tegenover elkaar zitten, weer in verbinding brengen door samen te kijken naar wat de ander beweegt tot bepaald gedrag en wat maakt dat jij zelf op een bepaalde manier reageert, waardoor je met elkaar vast komt te zitten in een patroon.
Ik haal opgelucht adem. Maar mijn Interne Criticus wil nog niet van het toneel verdwijnen, want in mijn hoofd blijft de vraag cirkelen: waarom had je dat niet kunnen bedenken toen je in 2021 het voorwoord schreef?
Wat mij altijd helpt als mijn gedachten vastzitten is een beeld, een metafoor, een dichtregel. Ook dat is wat systeemtherapeuten gewoon zijn te doen. Dit keer gaf Jan Arends mijn gedachten een zwieper door zijn woorden: ‘Als je eindelijk kunt zien hoe de boom vertakt, dan is het winter’ (Arends, 1974).
Het raakte me: de kracht van een enkele zin, het verrassende omdat hij oorzaak-gevolg lijkt om te draaien, en de diepere betekenis die het voor mij bleek te hebben: pas als je de (zintuiglijke) ervaring hebt (ik zie de takken) dan zie je wat het betekent (het is winter). En ook al zullen er meer interpretaties mogelijk zijn, deze (de mijne!) hielp mij om de zelfkritiek die mij op slot draaide los te wrikken en het volgende te zien: pas door te ervaren hoe mijn wetenschappelijke kennis en ervaring van meerwaarde konden zijn in het verbeteren van de kwaliteit van de artikelen, alsook door de erkenning van mijn redactie-collega’s dat dit bij veel artikelen belangrijk was, kon ik tot het inzicht komen dat een aparte rubriek niet nodig was voor de integratie van wetenschap en praktijk.
En zo neem ik afscheid: ik stap uit de redactie, niet omdat het niet meer verrijkend of leuk is, maar omdat mijn tijd en aandacht zich naar de generatie boven én onder mij hebben uitgebreid. Soms moet je afscheid nemen omdat het leven aandacht vraagt voor datgene wat voorrang heeft. En ook: met mijn afscheid komt er een plek vrij in dit enthousiaste en open-minded redactieteam. Wie zich aangesproken voelt: wees welkom.
Voor u ligt een goed gevuld nieuw nummer, met aandacht voor een rijkgeschakeerde bundeling van artikelen en bijdragen.
We starten met een prachtige en praktische methode, die wij direct in onze systeemgesprekken kunnen gebruiken: de HABI-methode van Nadia el Wahabi. Hiermee wordt een andere kloof gedicht: die tussen de westerse hulpverlener en de cliënt met een niet-westerse achtergrond. Deze cultureel sensitieve werkwijze helpt om de schaamte, de zwijgcultuur en sterke loyaliteitsbanden te doorbreken.
Ook de innovatieve methode die in het artikel van Geraldine IJzerman, Annelies Schrieken en Els de Groot wordt beschreven is een mooi voorbeeld van een verbindende benadering van de jeugdhulp en volwassenenzorg. Met beide benen op de grond (de werkvloer van het Sociaal wijkteam), gesteund door systemisch onderwijs en gedragen door praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek is de gemeente Zwolle het schoolvoorbeeld van verbinding en de moed om iets nieuws te beginnen.
Met Linne De Loof lopen we mee door de woestijn, alwaar wij getuige zijn van de (beeldende) worsteling van een cliënt om zichzelf terug te vinden na een diepe relatiebreuk. Tijdens het lezen buitelden mijn therapeutenhart en mensenhart over elkaar heen, elke zin vroeg om een adempauze. Meer woorden kan ik er niet aan geven zonder afbreuk te doen aan dit prachtige verhaal.
Petra Deij ging in gesprek met Harlene Anderson voor de rubriek Professie & Persoon. In 2014 heeft onze collega Jasmina Sermijn eveneens verslag gedaan van een gesprek met Harlene Anderson (Sermijn, 2014). Deze gesprekken laten precies zien waar deze Amerikaanse psycholoog voor staat: aansluiten, afstemmen en wederzijds toevoegen. Hier staat niet ‘de persoon’ in de schijnwerpers, maar ‘de betekenisvolle conversatie’. Een gesprek met Anderson geeft niet alleen inzicht in haar bijzondere bijdrage aan de ontwikkeling van ons vak, maar laat ook de impact zien die zij heeft op de persoon van haar gesprekspartner. Anderson helpt Deij haar vragen te beantwoorden zonder deze te beantwoorden. Wat zou ik graag deze vrouw ontmoeten!
Als ik de vier congresverslagen lees realiseer ik me dat ik vier waardevolle congressen heb gemist. Gelukkig zijn de verslagen zo levendig geschreven dat ik toch een beetje het gevoel heb te mogen proeven van de sfeer en de aangeboden inzichten. Allereerst neemt Charly du Bois ons mee naar Rotterdam, waar zij bij een congres was over intergenerationele kwaadheid met onder anderen Maurizio Andolfi. Ze laat ons zien hoe we onze hand kunnen uitreiken naar de jongere met een pistool in de hand, niet alleen door de boosheid in de jongere te onderzoeken, maar ook in onszelf, in onze cultuur en in eerdere generaties.
Van Rotterdam gaan we naar Utrecht, waar Marlijn Huurneman een symposium over relatiediversiteit bijwoonde. Ook zij moest een kloof overbruggen aangezien zij in een wereld kwam die zij niet kent, die van open relaties, genderdiversiteit en relatiediversiteit. Met nieuwsgierigheid en een open blik ontmoette ze moedige mensen die zich kwetsbaar opstelden. Ze opent haar hart en spreekkamer voor ieder mens, en roept ons op hetzelfde te doen.
We gaan de grens over naar Antwerpen, naar een symposium waarin de stem van het kind centraal stond. Hans Dieleman was erbij. Een van de hoogtepunten was de gezinstherapie van de Aziatische Wai-Yung Lee. Zij maakt gebruik van biofeedback om de hartslag, huidgeleiding en temperatuur van een kind te meten terwijl het luistert naar een gesprek tussen de ouders over hun bezorgdheden. Vervolgens wordt met het kind besproken welke betekenis de significante pieken en dalen in de uitgeprinte grafieken zouden kunnen dragen. Voor Dieleman was het niet helemaal duidelijk hoe dit geïntegreerd kan worden in de therapeutische praktijk, maar desondanks ging hij na afloop geïnspireerd huiswaarts.
We blijven in België, waar in Leuven een hele dag therapeuten in de watten werden gelegd door Lieven Migerode en Jef Slootmaeckers, onder het mom: ‘Jullie zijn er zo vaak een hele dag voor anderen. Vandaag zijn wij er voor jullie.’ Leila Hemelsoet en Nele Van Daele voelden aan het eind van de dag weer wat hun lichaam hun vertelde en hoe je vanuit de verbinding met jezelf in verbinding kunt komen met de ander; durven stilstaan bij wat ons beweegt en hoe we bewogen worden.
Ik moet ruimte maken in mijn boekenkast voor de drie boeken die in dit nummer worden besproken, stuk voor stuk de moeite waard. Het eerste boek is van Flip Jan van Oenen, Verdragen – Over de hulp helpt-mythe, besproken door Jasmien Peeters. Ik heb het zelf nodig om te verdragen: mijn wachtlijst, het schier onmogelijk kunnen doorverwijzen naar de sggz en de steeds complexere problematiek die ik in mijn spreekkamer zie. Ook ben ik benieuwd naar zijn meer genuanceerde visie, na de polemiek die in de media ontstond na de publicatie van een interview met hem in de NRC.
Ook het boek van Peter Jakob Nonviolent Resistance in trauma-focused practice – A systemic approach to therapy and social care zit al in mijn digitale winkelwagen. Eliane Wiebenga beschrijft zorgvuldig hoe de structuur van het boek overeenkomt met de benadering van de therapie zelf, ‘van buiten naar binnen’: eerst aandacht voor de wijdere context en de ontwikkeling van ‘helende systemen’, vervolgens voor de ouders en hun noden, behoeften en trauma’s en ten slotte voor de ouder-kindrelatie en de behoeften van het kind. Het boek staat vol ideeën en voorbeelden met veel aandacht voor de manier waarop je de interventies toepast. Wiebenga waarschuwt dat je met dit boek niet eenvoudig je gereedschapskist vult, een grondige bestudering van de gegeven interventies is vereist. Gelukkig maar, anders zou de complexiteit van het leven geen recht worden gedaan.
En als kers op de taart het boek van Sabine Vermeire Trauma ontrafelen en veerkracht weven met narratieve en systeemtherapie – Speelse samenwerkingen met kinderen, gezinnen en netwerken, de langverwachte vertaling van de Engelstalige versie. Anje Claeys schetst een levendig beeld van Vermeire als therapeut, die een kleurrijk tapijt weeft van alle draden die een leven voortgebracht kan hebben: die van gekwetste relaties, verlammende schaamte, wraakgevoelens, het zwijgen, de vergeten verhalen, veerkracht en hoop. Daarbij houdt ze voortdurend de relaties in het oog tussen kinderen, ouders, zorgfiguren en professionals. Ja, ook hier weer worden wij als therapeut niet vergeten: volgens Claeys geeft het boek ons moed en ‘doet’ hoop.
Gaat u er maar eens goed voor zitten en vergeet – even – de hectiek van het dagelijks leven en de verschrikkingen in de wereld. Lees, lees, lees en wees stil.
Referenties
- Arends, J. (1974). Voor Gerrit Kouwenaar. In Lunchpauzegedichten (p. 9). De Bezige Bij.
- Baetens, I., De Ridder, L., & Buelens, T. (2022). Systeemtherapeutische behandeling bij zelfverwondend gedrag. Systeemtherapie, 34 (1), 23-34.
- Deel, T. van (25 september 2004). Het mecha- niek van de zachte krachten – Review. Trouw. www.trouw.nl/nieuws/het-mecha-niek-van-de-zachte-krachten~b8218b06
- Gerritsen, A. (2024). Samen sterk in Familiezorg – Onderzoek naar de samenhang in verschillende allianties en klachtbeleving binnen Familiezorg. Systeemtherapie, 36 (2), 110-116.
- Heesen, K., Boezer, W., Veldwijk, E., Beijer, D. de, & Ee, E. van (2025). Herstel in beweging – Psychomotorische gezinstherapie bij trauma. Systeemtherapie, 37 (4), 289-303.
- Lamers, A., & Möller, E. (2023). Multistressgezinnen en een vastgelopen thuissituatie – Ouders aan het woord over wat werkt. Systeemtherapie, 35 (2), 86-98.
- Lange, A., Delsing, M., Geffen, M. van, & Scholte, R. (2022). Videobellen bij gezinnen met meervoudige en complexe problemen – Het effect op de alliantie. Systeemtherapie, 34 (3), 174-188.
- Röder, I., & Spek, N. van der (2021). Systeemtherapie en wetenschap – een ingewikkelde relatie? Systeemtherapie, 33 (3), 211-217.
- Schulte-Frankenfeld, P.M., Breedvelt, J.J.F., Brouwer, M.E., Spek, N. van der, Bosmans, G., & Bockting, C.L. (2024). Effectiveness of attachment-based family therapy for suicidal adolescents and young adults – A systematic review and meta-analysis. Clinical Psychology in Europe, 6(4), e13717.
- Sels, L., & Verhelst, P. (2025). Relatietherapie in praktijk en onderzoek – Werken aan een duurzame relatie. Systeemtherapie, 37(2), 124-137.
- Sermijn, J. (2014). Samen luidop verwonderen – In dialoog met Harlene Anderson. Systeem therapie 26 (2), 79-85.
- Visser, M., & Van Damme, T. (2021). Psychomotorische gezinstherapie – praktijk en onderzoek. Systeemtherapie, 33 (3), 250-261.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0924-3631
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden



