MENU
  • Home
  • Actueel
    • Nieuws
  • Inhoud
    • Laatste nummer
    • Archief
    • Rubrieken
    • Artikelen
    • De Praktijk
    • Onderzoek gesignaleerd
    • Reflecties
    • Discussie
    • Professie en Persoon
    • Congressen
    • Boeken (en zo)
  • Auteurs
    • Overzicht auteurs
    • Auteursrichtlijnen
    • Artikel indienen
    • Gebruik van artikelen
  • Abonnementen
    • Abonnement aanvragen
    • Proefabonnement
    • Voorwaarden en wijzigingen
  • Over Systeemtherapie
    • Redactie
    • Adverteren
    • Open Access
    • Links
    • Contact
Inloggen

Registreren
Inhoud
Inhoudsopgave jaargang 38 (2026) / nummer 3
PDF  

Zeeziek

Jasmien Peeters
8 september 2026

Samenvatting

Junikoorts. In de redactievergadering wordt er gepolst wie het voorwoord voor dit nummer wil schrijven. Ik zie collega’s bleek wegtrekken. ‘Ik word zeeziek’, zegt iemand, ‘bij de gedachte aan nog meer werk.’ Ik steek mijn hand op. Zeeziek zijn is geen prettig gevoel, dat weet ik, maar het leidt tot grootse dingen.

Ook Charles Darwin (1809-1882), de Britse natuuronderzoeker die de evolutietheorie formuleerde, had veel te danken aan zijn gevoelig evenwichtsorgaan. Hij vertrok in 1831 als gezelschapsheer van kapitein Robert FitzRoy met marineschip HMS Beagle op een wereldreis die vijf jaar in plaats van de geplande twee jaar zou duren. Een fantastisch avontuur, onder meer om de kust van Zuid-Amerika in kaart te brengen. Ware het niet dat hij hopeloos … zeeziek was. De meeste zeemijlen bracht hij door in een hangmat in de kajuit benedendeks, wachtend tot het vasteland hem zou bevrijden van de Atlantische Oceaan. Hij beschreef de eerste weken van de reis in zijn brieven als regelrechte ellende (Darwin Correspondence Project, z.d.b).

Dat deed hem besluiten veelal te paard door Zuid-Amerika te trekken, en de Beagle te volgen op diens reis. Hij was geen avonturier, hij wilde gewoon van het schip af.

Hij legde enorme afstanden af en doorkruiste pampa’s, bergketens en tropische regenwouden. De vitaliteit en de ongekende rijkdom van het leven overspoelden hem. Overal beleefde hij ‘aan den lijve’ geboorte, groei, strijd, verval en vernieuwing in een voortdurend bewegend geheel. Die directe ervaring van een wisselwerking tussen systemen en hun omgeving legde de kiem voor de wetenschappelijke verbeelding die nodig was om tot zijn radicaal idee te komen.

Later kon hij intellectueel verwoorden wat hij eerst lichamelijkzintuiglijk had ervaren: het leven varieert en transformeert in een onophoudelijke stroom. Darwin was dus niet de onthechte wetenschapper die vanuit zijn studeerkamer een theorie bedacht. De evolutietheorie is diep geworteld in zijn lichamelijke ervaringen.

Misschien herkennen we dat ook in ons eigen werk: cliënten ervaren iets, lang voor ze er woorden voor hebben: een spanning, een verlies, een verlangen. Pas later krijgt de ervaring betekenis.

Opmerkelijk genoeg bleef Darwin, definitief terug aan wal, kampen met lichamelijke klachten zoals misselijkheid, braken en uitputting. Zijn gezondheid kende zijn hele volwassen leven golven van verbetering en verslechtering. Over de oorzaak ervan wordt nog altijd gespeculeerd. Sommigen vermoeden een exotisch virus dat hij had meegebracht van zijn verre reis. Anderen zoeken de verklaring elders. De Britse psychiater John Bowlby (1907-1990), de vader van de hechtingstheorie, was net zoals ik gefascineerd door de mens achter deze wetenschapper. Bovendien was evolutionair denken een belangrijke inspiratiebron voor Bowlby. Hij werkte in zijn laatste levensjaren aan een omvangrijke biografie van Charles Darwin (Bowlby, 1990).

Darwin verloor zijn moeder toen hij acht jaar oud was, in 1817. Later schreef hij dat hij zich nauwelijks nog iets van haar kon herinneren (Darwin, 2002). Bowlby vroeg zich af hoe dit vroege verlies hem mee had gevormd: zijn gevoeligheid, zijn kwetsbaarheid en misschien zelfs zijn uitzonderlijke vermogen om patronen te zien. Toen ook zijn geliefde tienjarige dochter Anne stierf in 1851, was Darwin diep ontredderd. Zo’n verwoestend verlies verandert niet alleen hoe we ons voelen, maar ook hoe we de wereld begrijpen. Zijn intern werkmodel (IWM), zijn onzichtbare mentale kaart van de wereld, veranderde voorgoed. Een extra reden om zijn disruptief idee te integreren: ‘De natuur is prachtig en ook onverschillig.’

 

Terug naar de redactie. Onze lieve eindredacteur heeft een T-shirt aan met honderden kleine ginkgoblaadjes. Ik glimlach vertederd. De ginkgo kom je nog tegen verderop in dit nummer. Nieuwsgierig vraag ik me af of Darwin hem ooit heeft vermeld in zijn omvangrijke correspondentie. Aanvankelijk vind ik niets. Dat verbaast me. De boom is een schoolvoorbeeld van wat Darwin later een levend fossiel zou noemen. Ik blijf zoeken. En dan, na enig speurwerk, duikt hij toch op, onder zijn toenmalige wetenschappelijke naam: Salisburia adiantifolia (Darwin Correspondence Project, z.d.a). Ik wíst het.

Ik ga in de hangmat in de tuin onder de Salisburia adiantifolia van de buurman liggen en zet één voet op de grond. Anders, lieve lezer, word ik zeeziek. Dat is echt waar.

In de evolutietheorie ligt een grote verbondenheid vervat. Er slingert een lijn van verwantschap doorheen alle leven op aarde. Ook tussen de zwaluwen die boven mijn hoofd door de lucht scheren, Fred, de landschildpad die drie maanden komt logeren, en de roze stokroos die zich aarzelend maar gul opent.

Beste lezer, in zeilboot, hangmat of elders, ik wens je een mooie reis door dit nummer. Met een beetje deining. Want dat is de kern van ons vak: er middenin durven blijven staan.

 

Maarten van der Linde neemt ons mee in het denken van Bruno Latour. Tijdens een autorit op een winterdag begin jaren zeventig formuleerde deze filosofiestudent een inzicht dat zijn denken zou blijven sturen: ‘Niets kan volledig worden herleid tot één oorzaak en alles staat in verbinding met al het andere.’ Met systemische veldexperimenten laat Van der Linde zien hoe kleine verschuivingen onverwacht nieuwe mogelijkheden kunnen openen.

Katrien Lagrou beschrijft hoe een levensbedreigende ziekte niet alleen het lichaam van één partner treft, maar ook de partnerrelatie diep raakt. Vanuit de Emotionally Focused Therapy verkent ze hoe groepsprogramma Houd Me Vast koppels ondersteunt om, te midden van angst, verlies en existentiële onzekerheid, opnieuw emotioneel bereikbaar te worden voor elkaar. Op het EFT-congres ‘Stilstaan’ in Leuven op 28 november 2025 was ik aanvankelijk ingeschreven voor haar workshop. Uiteindelijk koos ik voor een andere workshop. Het onderwerp kwam me te dichtbij. Des te blijer ben ik dat ik dit warme artikel op eigen tempo kan lezen.

Cinthe Lemmens en Jasmien Peeters gingen voor Professie & Persoon in gesprek met Dirk De Wachter. In een warm en gelaagd interview blikt hij terug op een loopbaan waarin systeemtherapie veel meer werd dan een methodiek: een manier van kijken naar mensen en hun relaties. Over vertragen, Apostel, AI en de kunst van het luisteren. Een gesprek dat, net als de praktijkruimte onder zijn woning, uitnodigt om af te dalen naar wat wezenlijk is.

Darwin ging van boord en zag de wereld anders. Ook vier collega’s verlieten de praktijkruimte om zich onder te dompelen in nieuwe ideeën. Hun congresverslagen brengen ons een stukje van die reis.

Rosa van Hal neemt ons mee naar een NVRG STW-studiedag. Al bij de start wacht hun een geschenk: onder haar stoel vindt ze een klein kompas. Dat beeld blijft als een rode draad door haar verslag lopen. In lezingen en workshops verkent ze hoe systemisch werken telkens opnieuw vraagt om af te stemmen op wat zich aandient: in gezinnen, organisaties én in onszelf. Een levendig verslag dat uitnodigt om, ook wanneer de koers even zoek is, het kompas niet uit het oog te verliezen.

Johanna Jager doet verslag van de NVRG-leerbijeenkomst ‘Kind in de context’. Gemeenten, beleidsmakers en hulpverleners zoeken er samen naar manieren om jeugdhulp meer contextgericht te organiseren. Tussen de voorbeelden uit Zwolle, Zutphen en andere pionierende gemeenten klinkt vooral hoop door: dat samenwerken, klein durven beginnen en blijven leren, gezinnen werkelijk verder kan helpen.

Maud Schaepkens doet verslag van het grote jaarlijkse NVRG-congres ‘Tussen chaos en connectie – systemisch werken in de weerbarstige praktijk’. Ik had spijt dat ik er niet bij was. Carlo Leget, directeur van het Centrum voor Rouw en Existentiële Waarden, gaf vier gedachten mee: ken jezelf, wees verbonden met jezelf, zoek de meerstemmigheid op in jezelf en blijf zoeken naar resonantie. Carmen Vukman, psychodramatherapeut, kroop dan weer zo overtuigend in de rol van haar viervoeter dat zij zich als hond liet interviewen over haar baasje: een speelse manier om jezelf via de blik van een ander te ontmoeten. Ook de vaders en dochters die samen spraken over suïcidaliteit en Verbindend Gezag raakten de zaal. Zo ben ik er via haar rijke verslag toch een beetje bij.

Pieter Govaerts brengt een rijk verslag uit van het tweeluik ‘De magie van de supervisierelatie’ & ‘Maak plaats voor plaats’, de BVRGS-studiedagen in de Gentse Sint-Pietersabdij. Op donderdag vallen zonnestralen door de glasramen terwijl Petra Deij en Jef Slootmaeckers supervisie verkennen als vrijplaats voor reflectie, schaamte, ploeteren en groeien. Vrijdag verschuift de aandacht naar ruimte. Gerrit Loots ontvangt een staande ovatie voor zijn oproep om voorbij vijandsbeelden nieuwsgierig te blijven naar de ander. Daarna volgen de ervaringsgerichte experiMAP en Maurizio Frisina’s speelse blik op de therapieruimte. De abdij blijkt veel meer dan een mooie locatie: ze helpt vertragen, luisteren en plaatsmaken.

Op de boekenplank van dit nummer: gehechtheid, neurodiversiteit, familiebanden en ruimte.

Remy Meesters leest Gehechtheid kun je leren – Praktijkboek Attachment Based Care voor teams van Ilse Devacht. Hij vindt de houvast waarop hij hoopte voor teams die werken met gekwetste kinderen en jongeren. Devacht noemt professionals ‘zorgdragers’ en tijdelijke gehechtheids-figuren: hun relatie met het kind staat uiteindelijk ten dienste van de relaties buiten de hulpverlening. Met de ijsbergpuzzel, mantra’s en intervisiemodellen maakt ze gehechtheidsgericht werken bijzonder praktisch. Een compleet en hoopvol boek dat Remy Meesters naar eigen zeggen nog vaak uit de kast zal halen.

Kort nadat hij zelf de diagnose autisme kreeg, las Luc Van den Berge Autisme en neurodiversiteit – Een andere manier van zien van Jo Bervoets. Het boek geeft hem taal en opnieuw grond onder de voeten. Jo Bervoets wil verstarde beelden doorbreken en beschrijft autisme als een verstrengeling van neurologische aanleg en ervaringen met de omgeving. Luc Van den Berge ziet daarin unieke moirépatronen, waar neurologische en sociale systemen op elkaar inwerken. Een persoonlijke en inhoudelijk rijke recensie die systeemtherapeuten uitnodigt toegankelijker te worden voor neurodivergente cliëntsystemen.

Karine Van Tricht leest Zusje van Pepijn Keppel als een systemische roman over de veerkracht van de band tussen broer en zus. Een tocht door een gedeeld verleden, waarin oude beschermingsrollen, stiltes en gemis voorzichtig bespreekbaar worden. Van Tricht laat haar eigen relatie met haar jongere broer meeklinken. De roman romantiseert verzoening niet: herstel begint wanneer broer en zus niet weglopen van wat pijn doet en samen de stilte bewonen.

Jasmien Peeters opent de envelop met Ruimte in therapie van Maurizio Frisina en treft op de omslag meteen de ginkgobladeren aan die ook haar eigen praktijk flankeren. Frisina leert ons plekken te zien als actieve partners in helingsprocessen: ruimtes geven mee vorm aan hoe we ontmoeten, verbinden, begrenzen, schuilen en loslaten. Thomas Fondelli en Cinthe Lemmens raakten verknocht aan het Franstalige origineel en maakten het toegankelijk voor Nederlandstalige lezers. Een fris en prikkelend boek dat een extra bril toevoegt aan het systemische kijken.

 

Telkens wanneer de Beagle aanmeerde, stuurde Darwin kisten vol specimens en fossielen naar Engeland. Daar werden zijn vondsten door collega-wetenschappers bekeken, benoemd en verbonden met het denken van anderen. Uit die voortdurende dialoog groeide de evolutietheorie. Aan het raam van zijn werkkamer hing Darwin later een spiegel, zodat hij de postbode kon zien komen (die kwam tweemaal per dag). Zo belangrijk waren de waarnemingen en de antwoorden voor hem, een knooppunt in een wereldwijd wetenschappelijk netwerk (met meer dan vijftienduizend brieven van tweeduizend correspondenten die bewaard bleven!). Ook grote ideeën blijken relationeel. Hopelijk doet dit tijdschrift dat ook: het brengt samen wat we vinden en houdt zo de dialoog in ons vak levend.

Referenties

  • Bowlby, J. (1990). Charles Darwin – A new life. W.W. Norton.
  • Darwin, C. (2002). The autobiography of Charles Darwin 1809-1882 (N. Barlow, Ed.). W.W. Norton. (Oorspronkelijk werk gepubliceerd 1958)
  • Darwin Correspondence Project. (z.d.a). The correspondence of Charles Darwin. University of Cambridge. Geraadpleegd 10 juli 2026 op www.darwinproject.ac.uk
  • Darwin Correspondence Project. (z.d.b). To J. S. Henslow 18 May – 16 June 1832 (DCP-LETT-171). University of Cambridge. Geraadpleegd 14 juli 2026 op www.darwinproject.ac.uk/letter/?docId=letters/DCP-LETT-171.xml
Vorige Inhoudsopgave Volgende
Twitter Facebook Linkedin
Delen Print PDF

© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0924-3631


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Jaargang 38, nr. 3, september 2026

Neem een ABONNEMENT Laatste editie Archief

Nieuwsbrief Boom Psychologie

Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.

Aanmelden

Boeken

Handboek suicidaal gedrag bij jongeren
Jan Meerdinkveldboom, Ineke Rood, Ad Kerkhof
€ 26,95
Meer informatie
De JIM-aanpak
Levi van Dam, Sylvia Verhulst
€ 19,95
Meer informatie
Verbonden
Amir Levine, Rachel Heller
€ 19,95
Meer informatie

Privacy policy

Algemene voorwaarden

© 2009-2026
Boom uitgevers Amsterdam

Redactieadres

Systeemtherapie

Foke van Bentum

WG-plein 209

1054 SE Amsterdam
telefoon: (020) 612 30 78

redactie@nvrg.nl

Klantenservice

Boom uitgevers Amsterdam B.V.

Postbus 15970

1001 NL Amsterdam

Nederland

(088) 0301000 

klantenservice@boom.nl