Het Stadsjuweel
Samenvatting
In oktober 2024 werd het Stadsjuweel gehuldigd in Brussel. Dit initiatief van SOS Kinderdorpen België en Ter Wende – Espero vzw, een observatie- en behandelingscentrum, gesteund door verschillende andere jeugdzorgorganisaties, beoogt het thema van trauma in de kindertijd en de gevolgen daarvan, in de publieke aandacht te brengen en erkenning te bieden aan de overlevers. Meer dan honderddertig kinderen, jongeren en volwassenen symboliseerden hun verhaal en hun veerkracht in een of meerdere kralen. Samen vormen deze het Stadsjuweel, een collectief kunstwerk naar ontwerp van Belgisch-Rwandees architect en kunstenaar Laura Nsengiyuma. Een aantal systeem- en narratief therapeuten zette mede hun schouders onder dit initiatief. Tijdschrift Systeemtherapie (PLH) ging hierover in gesprek met drie betrokken systeemtherapeuten: Sara Janssens (SJ), Els Wouters (EW) en Sabine Vermeire (SV).
Erkenning van trauma door kunst
Ingegeven door de context van weinig maatschappelijke respons en erkenning voor overlevers van trauma in de kindertijd, nodigden SOS Kinderdorpen België en Ter Wende – Espero vzw verschillende kunstenaars uit een ontwerp te creëren dat een (h)erkenningsplek zou kunnen bieden aan mensen die traumatische ervaringen meemaakten of nu nog meemaken in de kindertijd. Het winnende kunstwerk naar de hand van Laura Nsengiyuma bestaat uit honderden kralen van elk zo’n twintig centimeter in diameter.

Figuur 1
Deelnemers van alle leeftijden, met de jongste van vijf jaar en de oudste van vijfenzeventig jaar, werden uitgenodigd van papier maché drie tot vijf grote kralen te maken om hun ervaringen te symboliseren en representeren. Waar sommige kralen staan voor het verdriet, de pijn, het gemis, drukken andere kralen steunbronnen, coping, draag- en veerkracht uit. Sommige participanten verkozen hun kralen alleen te maken of met een van hun naasten. Anderen werkten er samen aan met een begeleider, een therapeut, in collectieve lotgenotengroepen, of in een workshop waarin jong en oud samen aan de slag gingen.
Alle gemaakte kralen werden tussen de kralen van de andere deelnemers geweven. Samen vormen ze een vijfennegentig meter lange kralenketting die zich langs vier meter hoge palen een weg baant in de Brusselse publieke ruimte. Met dit collectieve, levende kunstwerk tracht men recht te doen aan de veelheid van complexe en gelaagde geschiedenissen die zo kenmerkend zijn voor overlevers van jeugdtrauma’s. De invloed van pijnlijke geschiedenissen in de kindertijd blijft vaak onzichtbaar, onopgemerkt. Erkenning van de ingrijpende gebeurtenissen en de effecten daarvan, blijft uit. Zonder daar bestaansrecht aan te geven, is het moeilijk om dat wat gebeurd is of wat men is aangedaan, relationeel en sociaal te delen. Naast maatschappelijke erkenning heeft het Stadsjuweel dan ook de ambitie om verbinding te creëren tussen lotgenoten, betrokkenen en de maatschappij. Het beoogt een pathologiserende en individualiserende lens op de problemen die mensen in hun leven ervaren, kritisch te bevragen. Dit opzet wordt ook door mijn gesprekspartners gedeeld en bekrachtigd:
SV: Wanneer getuigenissen over ingrijpende en traumatische ervaringen in de publieke ruimte worden gebracht, dient men erover te waken dat de complexiteit van deze ervaringen niet verloren gaat. Bovendien neigt de maatschappelijke tendens ertoe de moeilijkheden waar mensen die traumatische ervaringen in hun jeugd meemaakten, tegen aanlopen, te individualiseren. Het is dan ook een uitdaging de oorzakelijke, in stand houdende, vaak verergerende relationele en sociale factoren mee te nemen in hulpverlening en therapie, en aldus de lens te blijven richten op het creëren van contexten waarin relationele en sociale erkenning mogelijk wordt. Dit is ook wat het Stadsjuweel typeert. Als collectief kunstwerk weeft het op een heel eigen wijze een sense of coherence, een gevoel van samenhang, doorheen de in kralen gesymboliseerde ervaringen en levensverhalen.
PLH: Ik wil daar graag even op inspelen. Stel dat de kinderen, jongeren en volwassenen met wie jullie allemaal hebben samengewerkt aanwezig zouden zijn tijdens ons gesprek of het artikel zouden lezen. Wat zouden zij waarderen dat er verteld wordt?
EW: De volwassenen met wie ik werk, komen heel vaak binnen met de idee: ‘Ik ben gestoord. Er is iets mis met mij, los dat op.’ Doorheen het traject vertellen ze dat ze veel hebben meegemaakt. Wat me opvalt is dat ze precies de relatie kwijt zijn tussen wat ze meemaakten en de symptomen, de klachten, de moeilijkheden die ze in het hier-en-nu ervaren. Herverbinden zit in het vragen naar hoe deze gebeurtenissen de manier van in het leven staan kleuren: wat deze moeilijk maken, onder druk zetten, afpakten of net mogelijk hebben gemaakt. Verwerken en verbinden worden gesymboliseerd in het samen maken van de kralen. Het Stadsjuweel draagt een krachtige maatschappelijke boodschap: waar je nu last van hebt, is een traumaspoor en dat is niet jouw schuld of verantwoordelijkheid.
Een caleidoscopische blik op identiteit
De deelnemers aan het Stadsjuweel kunnen ervaren dat ze niet samenvallen met een heel traumaverhaal. Onze identiteit is in wezen sociaal en meerlagig. We zijn een veelheid aan verhalen. Naargelang de omstandigheden, de kansen die iemand aangereikt krijgt en de ervaringen die men opdoet, winnen sommige verhaallijnen aan dominantie en raken identiteitsconclusies geconsolideerd. Als collectief kunstwerk maakt het Stadsjuweel niet enkel het traumaverhaal zicht- en tastbaar. Het zet ook iemands responsen, coping en goedlopende verbindingen in de verf en draagt bij tot een rijkere ervaring van iemands identiteit.

Figuur 2 De kraal van de verbrokkeling

Figuur 3 De kraal van de sprankels

Figuur 4 De kraal van de steunbronnen
SJ: Ik werk met jongeren in een pleegzorgcontext. Het maken van die kralen gaf hun de ruimte om stil te staan bij hoe trauma een van de sporen of verhaallijnen is, naast andere alternatieve verhalen. Een jongen verwoordde letterlijk dat die kralen zijn leven wat vorm geven. De kralen brengen vaak versnipperde, opzichzelfstaande verhalen samen tot een coherent levensverhaal waar naast traumaverhalen ook hoopvolle verbindingen en relaties een plek krijgen.
SV: Het maken van verschillende soorten kralen gaat in tegen de versimpelde link dat je het resultaat bent van wat op een bepaald moment of in een bepaalde periode in je leven gebeurt. Bovendien zit er ook gelaagdheid in die kralen zelf. Dat zorgt voor reliëf. Je krijgt als het ware een caleidoscopisch effect. Het was ook boeiend om te zien dat jong en oud zich hun kralen toe-eigenden: het zijn hun kralen met hun particuliere verhalen en betekenissen. Het ging niet langer om duiding vanuit de hulpverlening of de buitenwereld. Mensen hoefden zichzelf en hun problemen niet te begrijpen of uit te leggen binnen onze vaak diagnostische hulpverleningskaders of traumatheorieën. In het samen maken van de kralen ging het daarentegen om het uitdrukken van de pijn, het verlies, hun coping, enzovoort in een voor hen gepaste vormen, kleuren en benoemingen. Men kreeg een weg aangereikt in het maken, ontwerpen, kleuren en vormen kiezen voor elke kraal. In dit samen doen herontdekten velen een sense of agency: het gevoel een actieve participant in hun relaties, hun leven en de betekenisgeving ervan te zijn. ‘Ik doe ertoe!’ Dat laat toe dat nieuwe betekenissen zich kunnen ontvouwen zowel in het toen-en-daar als in het hier-en-nu in wat we aan het maken zijn.
PLH: Wat zou mensen gemotiveerd hebben om zich voor het Stadsjuweel te engageren?
EW: Ik denk dat mensen eindelijk de moed vonden om iets rond hun ervaringen te maken en daarvan iets in de wereld te zetten. Iets wat naar buiten komt en niet in de therapeutische ruimte blijft. Het Stadsjuweel wordt getoond in de publieke ruimte, in de maatschappij. Het kan gedeeld worden met hun eigen context en bredere contexten. Mogelijks begon een deel van de mensen ook wel aan het Stadsjuweel uit sympathie voor mij: ‘Els is zo enthousiast over dat project en ik wil die een plezier doen.’ Dat is niet de bedoeling natuurlijk, maar doorheen het proces en het samen maken, meen ik dat het voor hen wel helderder werd wat zo’n project voor henzelf kan betekenen.
PLH: Om even daarop in te haken, hoe was het voor jou om daar deelgenoot van te mogen zijn en dat te zien gebeuren?
EW: Ik vond het eigenlijk heel fijn, omdat je met het samenwerken aan het Stadsjuweel in een andere sfeer zat. Therapeutisch werk kent een zekere zwaarte, en toch is therapie niet enkel die zware verhalen. In een klein groepje daarmee bezig zijn, het enthousiasme in het zoeken naar de juiste materialen, zorgde voor iets van een luchtige, verbonden sfeer. Er was ook veel humor. En soms ook wat frustratie bij het omzetten van hun tekening in 3D, want niet alle ideeën vallen zo gemakkelijk om te zetten in een kraal of 3D-beeld.
Je bent niet alleen
Als systeemtherapeut trachten we doorheen een therapeutisch proces stap voor stap samen met het cliëntsysteem contexten te creëren waarin erkenning in veel verschillende lagen en vormen kan beginnen te ontstaan: plekken waar je wordt geloofd, waar je niet in vraag gesteld wordt. In de praktijk ontmoeten we vaak mensen die de overtuiging hebben dat ze waardeloos zijn en/of verantwoordelijk zijn voor hun eigen leed. Het zicht op structurele ongelijkheid en maatschappelijke kwetsbaarheid raakt verdoezeld. Ook riskeren dominante opvattingen over psychotrauma, wat wel en wat geen echte traumabehandeling is, als ook sociale instructies over hoe men met de effecten van trauma dient om te gaan, iemands blik te kleuren.
EW: Bijdragen aan het Stadsjuweel liet toe om, via samen kralen maken en verhalen weven, grote stappen te zetten in een proces waar je soms in een individueel therapeutische setting veel langer over doet. Immers, in het maken van de verschillende kralen komt de meerlagigheid tot uiting. Dit is een bron van rijke(re) verhalen. Het blijft niet enkel bij het symboliseren van wat iemand heeft meegemaakt. Ook iemands responsen zitten erin vervat, iemands steunnetwerk en -bronnen, enzovoort. We lieten veel autonomie bij de participant, zowel in het maken an sich als in het verhaal dat men naar buiten wil brengen. Wij waren vooral facilitators van het proces die mogelijke nieuwe routes aanreikten. Het gaat om ervaringen bestaansrecht geven. Ook op teamniveau onder hulpverleners bracht het Stadsjuweel een proces op gang. Over psychotrauma is immers al heel wat geschreven en doen allerlei opvattingen de ronde. Bezorgdheden over iemands kwetsbaarheid kunnen het risico inhouden dat iemand tot slachtoffer wordt herleid. Het kan eveneens de neiging versterken om de ander te beschermen. Waar de ene medewerker al enthousiaster is dan de andere, spelen ook factoren op organisatieniveau een rol in hoe meewerken aan het Stadsjuweel in teams ontvangen werd. Denk bijvoorbeeld aan een voorziening die chronisch onderbezet is of met financiële uitdagingen kampt. Het bleek helpend wanneer werken aan het Stadsjuweel kon aanhaken op of invoegen in de therapeutische werking die reeds lopend is.
SJ: In de setting van pleegzorg bijvoorbeeld, zijn we al heel vaak bezig met de manier waarop iemands verhaal kan landen bij anderen en hoe we daar steunfiguren rond kunnen zetten. En voor mij ging het ook vooral om: hoe kunnen we dat weer maatschappelijk verbreden? Voor een van de jongeren met wie ik werkte, ging dat echt ook over hoe een maatschappij een waardevolle steun kon zijn en hoe andere mensen die eveneens kralen maken, deel kunnen uitmaken van dit grotere netwerk en team of support. Ook voor mij als hulpverlener was vooral dat stuk erg belangrijk, met name hoe we maatschappelijk bestaansrecht geven aan iemands ervaringen. Op die manier faciliteren we ook een gevoel van erbij horen (a sense of belonging), het terug ontdekken dat men het waard is om erbij te horen maar ook dat een maatschappij het belangrijk vindt om jou erbij te hebben.
SV: Luisterend naar Els en Sarah dacht ik aan heel veel verschillende kinderen, jongeren en volwassenen met wie ik in dat proces meegegaan ben. Bijna standaard stelde ik hun de vraag: waartoe zou je meedoen, van waaruit, wat is jouw hoop als je daaraan meedoet? Zeker bij kinderen en jongeren was hun eerste goede reden niet voor zichzelf. Wel voor andere kinderen of jongeren. Het is pas doorheen het proces dat ze begonnen iets te proeven of te zien van: ‘Hé, maar dit doet hier ook iets met mij, en dat mag hier bestaan. En nu ben ik samen met vele anderen deelgenoot van het proces.’
Ik herinner me die twee dagen workshops op de Interactie-Academie. Dat was als het ware een sacraal gebeuren waarop mensen van alle leeftijden samen in papier-maché en met kleuren en vormen aan het werk waren. En waarin op een bepaald moment die grens bijna verdween tussen wie hier nu de cliënt is, de hulpverlener, de therapeut, de ouder of de pleegouder. Het werd een collectief, participatief gebeuren. Dat was weliswaar een hoop die we hadden bij de start van het project, maar waarvan ik nooit had kunnen bevroeden dat het ook zoiets kon worden. Maar dat is bij niemand van de participanten, denk ik, hun ambitie geweest om mee te doen. Eerder stapten ze bijna aarzelend in het project, vanuit de houding: ‘Als jij denkt, Sabine, dat dat iets kan betekenen, veranderen, dan wil ik wel meedoen. En als jij denkt dat ik daar iets waardevols over te zeggen heb, of in bij te dragen heb, dan wil ik dat wel doen.’ Dat leverde het opstapje om vervolgens te ontdekken dat meedoen aan het Stadsjuweel hun ook iets opleverde. Om het met een aantal concepten te zeggen: ‘Ik ontdek dat ik ook actief een bijdrage kan leveren en ergens bij hoor.’ De apotheose was voor mij de inhuldiging in Brussel, waarbij we samen met de deelnemers keken naar alle bij elkaar gebrachte kralen, vaak anoniem, elkaars verhalen niet kennend, en wat bij velen tot een gevoel van erkenning leidde. Via hun getuigenissen leveren alle deelnemers ook een bijdrage aan andere overlevers, betrokkenen en hulpverleners. Ze nemen daadwerkelijk een plek in in de wereld en bieden inspiratie, (h)erkenning en stralen iets uit van ‘je bent niet alleen’.
SJ: Graag blijf ik nog even haken op het woord ‘anoniem’. Op het einde had ik de jongere met wie ik werkte nog gevraagd hoe dat voor haar was. Ze antwoordde dat het voor haar aanvoelde alsof haar verhaal bestaansrecht kreeg, in verbinding, maar ook anoniem. Zij heeft heel lang het gevoel gehad dat haar verhaal er niet toe doet; dat het niet zo ernstig is wat ze allemaal meemaakte. Door dat proces van kralen maken is ze er uiteindelijk toe gekomen om er met haar pleegzorgers over te praten en nam ze vrienden mee naar het atelier. Haar verhaal kon ze op een anonieme manier de wereld inbrengen, terwijl ze ook invloed had op aan wie ze wat kan delen, op welke manier, en op welke manier ze door anderen wil gezien worden. Dat is een heel proces geweest bij haar: van aan niemand iets vertellen, over het gevoel dat het er wel mag zijn, naar haar vrienden meenemen naar de ateliers en haar pleegouders naar de tentoonstelling. Dat was ontroerend om te zien. Ik denk dat ik daar zonder die kralen met haar niet toe geraakt was.

Figuur 5
PLH: Hoe heeft het bijdragen aan het Stadsjuweel een verschil gemaakt in hoe je in jouw werk staat?
EW: Ik denk dat door aan het project mee te doen, ik eraan herinnerd werd om niet alleen in die zwaarte of in die traumastukken te duiken. Naast het creëren van een veilige oever, gaat het ook om het samen zoeken naar rijke verhalen en het besef dat ook andere verhaallijnen heel belangrijk zijn. In een therapiecentrum worden we soms al te makkelijk ingezogen in een heel individueel perspectief. Mensen zijn in opname en je ziet niet altijd de rechtstreekse context. Ook vraag ik me verder af: Wat is trauma nu eigenlijk? Gaat het enkel om iets ernstigs wat iemand is aangedaan, of kan het ook gaan over wat iemand niet gegeven is? De zorg die je als kind bijvoorbeeld niet hebt gehad. Trauma is een heel complex begrip. Ik denk overigens dat dat ook gemaakt heeft dat mensen een zekere schroom voelden om mee te doen.
SJ: Daar kan ik me bij aansluiten. In de context van pleegzorg gaat trauma vaak over wat iemand tekortgedaan is, het onrecht dat je als kind werd aangedaan. Het is zoeken naar manieren om het over trauma te hebben zonder ermee samen te vallen. Hoe kunnen we erkenning bieden aan de benadeling en toch ook steeds verschillende verhaallijnen blijven belichten? Hoe kunnen de zware verhalen naast die andere verhaallijnen bestaan? Dat beeld is voor mij nog versterkt door het werken met de kralen. Het Stadsjuweel is een hoopgevend kunstwerk. Het is een verzameling van heel kleurrijke kralen met heel veel reliëf. Als therapeut vind ik het belangrijk om op nuance, reliëf te blijven inzetten. Daarbij aansluitend was ook de co-creatie voor mij van belang. Ik hoop dat we dat op een manier kunnen voortzetten, want ik vind dat echt nog anders dan een-op-een in therapie. Verder, als mensen moeilijke dingen meemaken op jonge leeftijd, heeft dat grote effecten op volwassen leeftijd. Als ik dan zie dat een groot deel van mijn clientèle door de kwetsuren die ze opliepen er niet slaagt om te werken of om maatschappelijk helemaal mee te draaien zoals ons wordt voorgehouden, dan dragen ze daar ook heel veel financiële consequenties van. Zorg betalen gaat voor mij ook over basiszorg: hoe krijg ik mijn dagdagelijks leven georganiseerd? In de huidige maatschappelijke context worden deze mensen nagekeken omdat ze niet op onze klassieke manier bijdragen aan de maatschappij. We kunnen daar politiek anders naar kijken: het gaat niet om profiteurs. Het gaat om mensen die geleden hebben omdat wij als maatschappij niet voldoende hebben kunnen bieden en nu doen we dat terug. Ik hoop dat het politieke standpunt van het monument ook effecten kan hebben op politiek niveau.
SV: Wat het Stadsjuweel voor mij zo bijzonder maakt is dat daar mogelijk iets rechtgezet is. Misschien is dat wel iets ongelooflijk belangrijks, met name die fundamentele kijk en overtuiging dat de moeilijkheden waar al die mensen mee worstelen relationele, sociale en ook politieke kwesties zijn. Door heel dat monument neem je ook een politiek standpunt in. Trauma heeft voor mij niet alleen te maken met wat er gebeurd is. Het heeft ook te maken met hoe we daarop reageren – in de intieme kring, in de buurt, maar ook hoe we er sociaal-maatschappelijk naar kijken en mee omspringen. In die zin neemt het Stadsjuweel stelling. Het Stadsjuweel is dus voor mij niet alleen een erkenningsmonument. Het is ook een sociale actie die we samen in een co-creatie met kinderen, jongeren en volwassenen gedaan hebben en die wordt gecontinueerd. Het is een blijvend proces dat sowieso al voor vijf jaar kan blijven bestaan. Voorlopig blijft het Stadsjuweel binnen België, maar er is de hoop dat het een kralenketting door de wereld heen wordt. Ten slotte ben ik blij dat het een ongelooflijk mooi kunstwerk is en dat er een professionele website is waar elke deelnemer en elke kraal een volwaardige plek krijgen. Het doet respectvol recht aan wat mensen is aangedaan. Het was geen knutselactiviteit; wel een serieuze co-creatie die met respect behandeld is en nog altijd met respect behandeld wordt.
Wie wil, kan de kralen en de vele bijbehorende verhalen zowel via de website (https://cityjewel.org/nl) bezoeken als ter plekke in het park Square Marguerite Duras in hartje Brussel.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0924-3631
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden



