De vele gezichten van netwerkgericht werken
Samenvatting
Studiedag Interactie-Academie en Familieplatform
[Berchem, 22 november 2024]
De Interactie-Academie en Familieplatform stellen elk op hun manier de verbindingen die mensen hebben centraal in hun visie op hulpverlening. Ze organiseerden samen een studiedag waarop ze aan de hand van lezingen, workshops, een initiatievenmarkt en een panelgesprek het werken met familie en alle andere belangrijke relaties rondom het individu onderbouwden. Er werd ons beloofd ‘met nieuwe ervaringskennis, methodische invalswegen, academische aanbevelingen en bovenal héél veel frisse zin in het betrekken van de context binnen je werk’ naar huis te gaan.
Johan Bastiaensen, staflid van de Interactie-Academie, opende de studiedag met humor en een goed verhaal. Hij stelde meteen scherp dat omgaan met familie complex en potentieel gevaarlijk is. De man sprak uit ervaring: een herkenbare analyse van de aanloop naar het kerstfeest volgde, om vervolgens te komen tot een warme oproep tot samenwerking en betrokkenheid. Een goede opwarmer.
Kim Steeman volgde. Als algemeen directeur van Familieplatform wil zij zorgorganisaties stimuleren écht aandacht te hebben voor familieleden van mensen in een hulpverleningstraject. Hoewel ze de goede intenties en inzet erkent binnen de ggz, blijkt uit onderzoek dat familieleden zich te vaak niet erkend voelen. Steeman confronteerde ons met de vragen: ‘En wat als het over jouw dochter of partner ging? Waar zou jij behoefte aan hebben? Wat zou jij willen weten? Wat zou jij willen vertellen?’ Steeman besprak vier belangrijke principes uit de ‘multidisciplinaire richtlijn om naasten sterker te betrekken’. Het zou allereerst vanzelfsprekend moeten zijn familie te betrekken in de hulpverlening en hen zich welkom te laten voelen in de zorg, bijvoorbeeld door een moeder die haar zoon brengt voor therapie niet buiten de deur te laten staan maar even mee naar binnen te vragen. Ten tweede is het geven én krijgen van informatie belangrijk voor de familie: wat is er gaande, hoe verloopt behandeling hier? Belangrijk is dat je, rekening houdend met het beroepsgeheim, niet-persoonsgebonden informatie altijd kunt delen. Zo kun je iets vertellen over het therapieprogramma of de afdelingsvisie. Ten derde zijn steun en erkenning belangrijk. Bespreek de impact op familie, hun inzet en behoeften. Erken, normaliseer en denk mee na over wie nog steunend kan zijn. Ten slotte sprak Steeman over participatie: wie kan helpen, wat denken familieleden hier zelf over en wordt dit ook meegenomen in de behandeling? Dit werd door de studiedag heen verder uitgewerkt. Steeman vroeg bijzondere aandacht voor kinderen en jongeren. Haar uiteenzetting was helder en volledig. Ze vroeg hulpverleners opener om te gaan met familie van de ‘patiënt’. Haar gedrevenheid en de vanzelfsprekendheid waarmee ze dit zelf liet zien, werkten in elk geval aanstekelijk.
Sabine Vermeire en Willem Beckers, beiden staflid van de Interactie-Academie, nodigden ons vervolgens uit mee te ‘manoeuvreren in de mierenhoop’. Mensen leven in ‘netwerken van verbinding die voortdurend meespreken en meespelen’. Vermeire en Beckers toonden hoe zij dit in kaart brengen door de hele zaal mee te nemen in wat bijna een bingo-rollenspel werd. ‘En jij, als partner, als juf … wat kun jij doen dat wederzijds van betekenis kan zijn?’ Het netwerk van netwerken is oneindig. Binnen deze netwerken wordt iedereen geraakt en raakt iedereen anderen. Dit geeft ruimte, ook aan de hulpverlener(s) bedenk ik zo. In de context van een privépraktijk creëer je zo alsnog een team en teams verbreden het eigen team. Zorg, verdriet én succes worden zo meer gedeeld.
Tijdens de pauze was er ruimte voor eilandjes én netwerken. We werden, zoals op een goed familiefeest betaamt, goed voorzien van eten en drinken. De initiatievenmarkt, met ‘kraampjes’ die projecten en organisaties toelichten, mocht misschien wat meer naar de voorgrond komen.
Na de pauze stelde Ilke Gysen, staflid van de Interactie-Academie, in haar workshop over netwerkgericht samenwerken dat last tussen hulpverleners veelal iets vertelt over hoe zorg georganiseerd is. Ze begon met een oefening waarin we ons inleefden in twee hulpverleners die in verschillende organisaties werken rond eenzelfde cliëntsysteem. Organisaties die een andere visie hebben, of dit in elk geval zo invullen voor elkaar, zich ergeren aan elkaar, zich onbegrepen voelen en daarmee de focus op de cliënt verliezen.
Gysen hielp ons de last tussen hulpverleners te contextualiseren en niet alleen te kijken op het niveau van het individu, maar vooral op het niveau van de organisatie. Vreemd genoeg is dit idee in de zorg nog steeds vrij nieuw. Organisaties investeren te weinig in hun onderlinge relaties en samenwerking. Gysen gaf veel ideeën hoe hierop in te zetten, liefst voordat lastige patronen ontstaan. Alles wat op deze studiedag werd verteld over cliënten en hun omgeving, kan vertaald worden naar organisaties. Kunnen we ook deze mierenhoop in kaart brengen, en de vraag stellen: wie kan wat bijdragen?
Els Wouters, werkzaam bij Agora en Emmaüs, en Sarah Verhofstadt, staflid bij de Interactie-Academie, wezen in hun workshop ‘Ramen en deuren open in psychiatrische zorg’, op de invloed van een intrapsychisch dan wel tussenmenselijk perspectief op klachten en behandeling. Als we moeilijkheden situeren ‘in’ de cliënt zullen we minder geneigd zijn familieleden te betrekken bij behandeling dan wanneer we mensen en hun last benaderen vanuit hun samenhang met anderen. Interessant was de aanmoediging niet steeds of niet enkel aan te sluiten bij het perspectief van de cliënt, dat vaak meer intrapsychisch zal zijn. In lijn met wat Vermeire en Beckers voorstelden, benadrukten Wouters en Verhofstadt: breng alle probleemdefinities en veranderwensen in kaart, van en mét veel betrokkenen. Stel dan de vraag: welke zijn bruikbaar en welzijnsbevorderend voor de relaties tussen de betrokkenen?
De studiedag werd afgesloten met een panelgesprek met therapeuten, familieleden en cliënten – die overigens niet het een of het ander waren. Alexis Dewaele, verbonden aan de Universiteit Gent, trad op als moderator en wist op een gemoedelijke, spontane manier het ijs te breken. Allen vertelden over een sterk op het individu gerichte zorg en over het niet werkelijk betrekken van wie echt betrokken is. De zoon of broer die te jong geacht wordt om te begrijpen, de ouders die te emotioneel geacht worden om mee te zorgen. ‘We zijn allemaal mensen’, zei iemand. En zorg zou moeten gaan over wat mensen nodig hebben. Of: hoe kan er voor iedereen iets veranderen? We begrijpen beter en krijgen andere ideeën over wat helpend kan zijn als we meer mensen uitnodigen. Gilbert Lemmens, verbonden aan het Universitair Ziekenhuis Gent, pleitte voor een heel nieuw concept, waarbij de betrokken familie ‘de eenheid van zorg’ is. Dit vraagt een structurele verandering in de ggz en een maatschappelijke verschuiving naar meer zorg voor elkaar en voor kwetsbaarheid.
Een geslaagde studiedag is voor mij een dag die je opnieuw nieuwsgierig maakt naar het werk dat je – misschien al vele jaren – doet. Een dag die je doet nadenken, die je ook weleens verrast of confronteert. En hoewel ik gedurende de dag wat herhaling tegenkwam en soms wat diepte miste, ben ik sindsdien wakker ten aanzien van wie niet mee maar wel dichtbij is. Want hoewel ik de gast ben in het verhaal, of juist daarom, heb ik het belang begrepen van gastvrij aan therapie doen.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0924-3631
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden



