Familiezaken – Hoe emoties familiebedrijven maken of kraken
Samenvatting
Veerle Wullaert (2025). Owl Press. 224 pp., € 24,99
ISBN 9789493410848
Veerle Wullaert is familietherapeut en gespecialiseerd in het bevorderen van de samenwerking binnen familiebedrijven. In dit aansprekende boek schrijft zij met een persoonlijke en toegankelijke pen over de emotionele dynamieken binnen deze familiebedrijven. Aan de hand van tien voorbeelden krijgt de lezer inzicht in haar werkwijze en overwegingen, die gekenmerkt worden door een persoonlijke zorgzaamheid. Ze beschrijft helder dat een familiebedrijf zoveel meer is dan een onderneming. Het is bovenal een gemeenschap waarin je in verbinding zaken wilt creëren. Haar doel is het versterken van het familiebedrijf en de familiebanden, zodat de familieleden zowel zakelijk als relationeel verbonden kunnen zijn. Zonder oordeel probeert ze de passies, demonen en dromen van ondernemers in beeld te krijgen. De persoonlijke ervaringen en levendige casuïstiek gaven me inspiratie en herkenning vanuit mijn eigen ervaringen met het werken in een bedrijfscontext en teamverband. Een kop die mij bijzonder trof was ‘Emoties als hefbomen voor groei in familiebedrijven’ (p. 49). Wullaert ziet emoties als leidraad voor verandering. Dat is ook precies de kracht van haar werkwijze: zij maakt emotionele zaken van ondernemers tastbaar en bespreekbaar om vervolgens voorwaarts te kunnen. Ze noemt zichzelf terecht een ‘relatiebouwer’, die de persoonlijke wensen van de betrokken ondernemers centraal stelt en daarmee bouwt aan het relationele vermogen van het bedrijf. Polyfonie is haar streefdoel: een bedrijf waarin iedereen zich gehoord voelt en de onderlinge band verdiept wordt.
Wullaert wordt in haar werk beïnvloed door het werk van Iván Böszörményi-Nagy, die het fenomeen ‘onzichtbare loyaliteiten’ beschrijft (Böszörményi-Nagy, 1973). Wullaert ontleedt de onzichtbare verplichtingen die ouders en kinderen in een bedrijf verbinden, waarin ook het intergenerationele aspect meespeelt. Hoe worden deze verwachtingen en verplichtingen doorgegeven? En wat is de blauwdruk binnen de familie die meespeelt? Ook een ander kernconcept uit Nagy’s werk beïnvloedt haar kijk op de familiebedrijven, namelijk het idee van ‘rechtvaardigheid’ (Böszörményi-Nagy, 1973). Daarin gaat het over de balans binnen relaties, niet alleen in praktische zin, maar ook op emotioneel en moreel niveau. Deze balans in beeld krijgen door middel van dialoog is wat in de beschreven cases sterk naar voren komt. Zo beschrijft ze dat ze in een van haar cases de rode draad vasthield door zich telkens af te vragen: ‘Wat heeft hier erkenning nodig?’
De casus van het familiebedrijf waarin Cécile een eenzame strijd voerde, vind ik aangrijpend. Cécile wordt gedreven door de frustratie en het gedachtegoed van haar oma, namelijk dat ze als vrouw in het bedrijf haar positie moet opeisen. De eisen die Cécile zichzelf oplegt resoneren in haar taal: ‘Ik moet dit en dat doen.’ Ik word getroffen door de zelfreflectie die Wullaert aan het papier toevertrouwt, haar eigen innerlijke dialoog, over haar eigen oma en waarden. Door deze reflectieve verbinding ontstaat tijdens het lezen een waarachtig contact met de schrijver.
Wullaert heeft zich ook laten inspireren door John Shotter (1993), die met het concept dialogical understanding benadrukt dat onderling begrip ontstaat door interactie en gezamenlijke ontdekking. Samen verken je wat er nog meer gezegd wordt en verdiep je de betekenis van woorden door gevoelslagen te verkennen. Daarnaast is de invloed van Peter Rober, die zich richt op de meerstemmigheid binnen dialogen, merkbaar (Rober, 2017). Hij beschrijft dialogen als processen van betekenisgeving, en ook hij pleit voor ruimte voor aarzelingen, kwetsbaarheid en stiltes. Het juiste evenwicht tussen comfort en discomfort is voor de therapeut van belang om te signaleren of er iets gebeurt in de sessie en of het voldoende aanzet tot reflectie. Wullaert probeert deze processen bij de cliënten te faciliteren, waarbij onzekerheid, verdragen en het vasthouden van de niet-wetende houding haar streven zijn.
Zo beschrijft ze een bijzonder gesprek met een familie op het terras in Pajottenland (p. 49). De vader van het gezin deelt schoorvoetend zijn kwetsbaarheid. Hij zegt: ‘Voorheen zou ik zeggen: ik los het wel op, ik moet het toch altijd doen. Maar ik wil dat niet meer doen. Ik weet het nu even niet.’ De zoon en dochter zijn verrast door deze openheid en vallen stil. De sfeer van argumenteren en overtuigen blijft uit. Wullaert luistert ondertussen naar haar eigen innerlijke dialoog en zegt: ‘Je staat er niet alleen voor’, en de kinderen beamen dit bijna gelijktijdig.
Ook het werk van Jenny Helin (2011), waarin het belang van dialogisch luisteren naar voren komt, heeft Wullaerts werkwijze beïnvloed. Helin (2011) benadrukt de relevantie van taal, het vinden van nieuwe woorden, metaforen en perspectieven om patronen te doorbreken. Wullaerts metaforen en mijmeringen brengen een proces op gang. Zo beschrijft ze een gezin met drie kinderen waarin de verschillende behoeften verkend worden. Ongemak en onvrijheid worden benoemd, door bepaalde verwachtingen waaraan de kinderen moesten voldoen en de jonge leeftijd waarop ze naar een kostschool werden gestuurd. Wullaerts oog valt dan tijdens het gesprek op de buxusvormen in de tuin, en ze mijmert over deze ‘beknotting’. ‘Je kunt niet alles bedwingen, denk ik even, en al zeker niet de menselijke natuur. Hoe mooi zou het zijn als die vormen gewoon natuurlijk mochten groeien, zonder al dat gemodelleer’ (p. 131).
Ieder traject dat ze beschrijft is uniek, maar een paar zaken staan vast. Allereerst het verkennende gesprek dat ze met alle betrokkenen binnen de familie voert. Het mandaat van alle familieleden is voor haar cruciaal, zij maken allemaal deel uit van het familiesysteem. Het vervolggesprek vindt indien mogelijk met iedereen samen plaats: pas daarna schakelt ze tussen individuele gesprekken of ‘subgroepen’. Ze beschrijft ook haar verschuiving van perspectief. Ze start met participatief observeren, waarbij ze zich richt op het begrijpen van hoe iets voelt voor een individu of groep, zoals beschreven in het model van Danielle Braun (2021). Dit betekent dat ze de visie, het verhaal en de waarheden van elk familielid helder probeert te krijgen, met aandacht voor de onderliggende dynamieken en gevoelens. Daarna analyseert ze de situatie meer als een buitenstaander, waardoor ze een ruimer kader schept.
In het boek deelt ze haar bouwstenen en de technieken die ze toepast. Zo onderstreept ze het belang van samen ervaren om iets te laten ontstaan. Ze noemt filmfragmenten, opstellingen, teamrollen en hoe ze het genogram toepast. Er komen mooie voorbeelden voorbij van haar manier van vraagstelling: Hoe kun je afwisselend luisteren met de pet van vader en de pet van bedrijfsleider? Kun je de vragen van je zoon zien als kansen om jullie band te versterken?
Dit compacte werk bevat een veelheid aan kennis. Het aantal quotes is wat veel, maar het boek is met veel souplesse geschreven, waardoor je als lezer meegezogen wordt. De reflectie na een casus werkt als een soort cliffhanger, maar laat ook ruimte voor heroverwegingen en bespiegelingen van de therapeut. De bijna luchtige schrijfstijl nodigt uit om dit veelomvattende boek te herlezen. Hoewel Wullaert aangeeft zelf niet op het podium te willen staan, heeft ze zichzelf met dit boek een terecht podium gegeven. Ik heb genoten van haar bevlogenheid en voel me bondgenoot aan haar zijde. Ik rond graag af met een quote van Wullaert zelf: ‘Beweging en verandering komen tot stand wanneer we elkaar durven te raken met onze verhalen, onze angsten en onze dromen’ (p. 50).
Referenties
- Böszörményi-Nagy, I. (1973). Invisible loyalties – Reciprocity in intergenerational family therapy. Harper & Row.
- Braun, D. (2021). Patronen – Hoe families, organisaties en samenlevingen veranderen. Corporate Antropologie.
- Helin, J. (2011). Dialogical meetings in social networks. Routledge.
- Rober, P. (2017). Gezinstherapeut zijn. Acco.
- Shotter, J. (1993). Cultural politics of everyday life – Social constructionism, rhetoric, and knowing of the third kind. Open University Press.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
ISSN 0924-3631
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Nieuwsbrief Boom Psychologie
Meld u nu aan en ontvang maandelijks de Boom Psychologie nieuwsbrief met aantrekkelijke aanbiedingen en de nieuwe uitgaven.
Aanmelden



